Zelfst. naamw. eindigend op -partij

arbeiderspartij
bilpartij
boompartij
borstpartij
bospartij
bouwpartij
brulpartij
drinkpartij
drankpartij
drugspartij
duwpartij
eetpartij
elitepartij
glijpartij
graafpartij
grompartij
huilpartij
juichpartij

klimpartij
kloppartij
knijppartij
kotspartij
krijspartij
lachpartij
lunchpartij
lynchpartij
moordpartij
muurpartij
neukpartij
raampartij
racepartij
rotspartij

schietpartij
schranspartij
schreeuwpartij
scheldpartij
slachtpartij
slempartij
slippartij
sluippartij
steekpartij
stoeipartij
struikelpartij
toppartij
trappartij
trekpartij
trouwpartij
valpartij
vloekpartij
volkspartij
vrijpartij
waterpartij
wurgpartij
zuippartij

Niet toegevoegd zijn de woorden die beginnen met een sport, daar zijn er veel van: badmintonpartij, handbalpartij, tennispartij, voetbalpartij, etc.
Ook de woorden die uit de muziek komen, voeg ik niet toe. Want bij elk instrument in het orkest en bij elke stem in het koor hoort een partij: de vioolpartij, de gitaarpartij etc. Een opsomming van alle muziekinstrumenten vind ik niet interessant.
Het gaat is deze lijst vooral om het gebruik van partij terwijl er geen sprake is van een wedstrijd of muziek. Wanneer een partijwoord een activiteit voorstelt, vind ik het gebruik tegelijk apart en aantrekkelijk. Wat is er mooier dan na een valpartij weer opstaan?