Wisselwoorden

Woorden waarbij je de twee delen kunt omwisselen

aapmens – mensaap
appelmoes – moesappel
armslag – slagarm
autoschade – schadeauto
autosport – sportauto
beenstand – standbeen
biljarttafel – tafelbiljart
bladgoud – goudblad
bladmuziek – muziekblad
bloembol – bolbloem
bloempot – potbloem
bloemveld – veldbloem
boekjaar – jaarboek
boomstam – stamboom
bronwater – waterbron
builenpest – pestbuilen
buiswater – waterbuis
drukwerk – werkdruk
groentesoep – soepgroente
handkus – kushand
handwas – washand
heidestruik – struikheide
herenhuis – huisheren
huisvrouwen – vrouwenhuis
huiswerk – werkhuis
ijswater – waterijs
jaarkalender – kalenderjaar
koolzuur – zuurkool
koorzang – zangkoor
kraanwater – waterkraan
krachtwerk – werkkracht
kropsla – slakrop
kunstschilder – schilderkunst

leidingwater – waterleiding
lichtspot – spotlicht
lustmoord – moordlust
manslag – slagman
neuspunt – puntneus
orgelpijp – pijporgel
partijtop – toppartij
plaatstaal – staalplaat
plantentuin – tuinplanten
pompwater – waterpomp
pontveer – veerpont(*)
puzzelwoord – woordpuzzel
schoenveter – veterschoen
slagveld – veldslag
slaveld – veldsla
slootwater – watersloot
spiegelwand – wandspiegel
sportveld – veldsport
sportzaal – zaalsport
spuitwater – waterspuit
standaardwerk – werkstandaard
stukwerk – werkstuk
trekvogel – vogeltrek
tuinvogel – vogeltuin

De lijst bevat zelfstandige naamwoorden bestaande uit twee delen die ook zelfstandige naamwoorden zijn. De aardbei en de beiaard doen dus helaas niet mee.
De mooiste vind ik de wisselwoorden waarvan de betekenissen ver uit elkaar liggen, bijvoorbeeld koorzuur en zuurkool.
Zie ook “Opperlandse taal- en letterkunde” – Battus, zesde druk 1985, paragraaf 24a. (ISBN 9021451344)

(*) uniek geval: beide woorden betekenen hetzelfde, evenals de delen pont en veer