Het werkwoord lopen

Wat maakt het dat door een extra woord iets totaal anders wordt opgevat?
Vergelijk maar eens: ‘Ik ga lopen’ en ‘Ik ga wel lopen’.

Synonymen van ‘lopen’

De Inuit mogen dan 20 woorden voor sneeuw hebben (wat overigens niet waar schijnt te zijn), wij hebben nog meer woorden voor lopen, d.w.z. je op één of twee benen voortbewegen.

Banjeren
Benen
Betreden
Dauwtrappen
Draven
Flaneren
Hardlopen
Hinkelen
Hollen
Hordelopen
Huppelen
IJsberen
Koorddansen
Kuieren

Lopen
Marcheren
Rennen
Scharrelen
Schreiden
Schuifelen
Sjokken
Slenteren
Sloffen
Sluipen
Snelwandelen
Sprinten
Stappen
Stiefelen

Strompelen
Struikelen
Struinen
Sukkelen
Tippelen
Traplopen
Trekkebenen
Waggelen
Wandelen
Zwalken

Samengestelde werkwoorden met lopen

Lopen wordt ook veel gebruikt in samengestelde werkwoorden. Het geeft uiteenlopende extra betekenissen. Zie onderstaande lijst. De werkwoorden met (*) zijn niet scheidbaar en in een aantal gevallen wordt alleen de infinitief gebruikt.

Aanlopen
Achteraanlopen
Achternalopen
Achterlopen
Achteruitlopen
Aflopen
Belopen(*)
Bijlopen
Binnenlopen
Dichtlopen
Doodlopen
Doorlopen
Drooglopen
Gelijklopen
Heenlopen
Hordelopen(*)
Klaplopen(*)
Kroeglopen(*)
Landlopen(*)
Langslopen
Leeglopen
Loslopen

Inlopen
Meelopen
Mislopen
Nalopen
Omhooglopen
Omlopen
Omverlopen
Onderlopen
Ontlopen(*)
Oplopen
Overlopen
Platlopen
Rondlopen
Samenlopen
Scheeflopen
Skilopen
Steltlopen(*)
Stormlopen
Stuklopen
Tegenlopen
Teruglopen
Traplopen

Uiteenlopen
Uitlopen
Vastlopen
Veldlopen(*)
Verlopen(*)
Vollopen
Voorbijlopen
Voorlopen
Vooroplopen
Vooruitlopen
Vrijlopen
Wachtlopen
Wadlopen(*)
Warmlopen
Weglopen
Zaklopen(*)